Faillissementen 2014

Het aantal faillissementen is in 2014 flink teruggelopen. Sterker zelfs: we noteren sinds het begin van deze eeuw de sterkste daling ooit. Dat is echter nog geen reden tot euforie. De faillissementenstorm is getemperd, maar nog lang niet geluwd. We werden in 2014 geconfronteerd met het tweede hoogste faillissementscijfer ooit. Daarbij komt dat we in december van vorig jaar opnieuw een stijging zagen van het aantal failliete bedrijven.

In 2014 zijn er 11.294 bedrijven over de kop gegaan. Dat blijkt uit de nieuwe Graydon barometer (link naar de studie). Dit is een afname met 8,2% ten opzichte van 2013. 

De belangrijkste verklaringen voor de in 2014 genoteerde daling van het aantal faillissementen zijn:

  • Een, in vergelijking met 2013, scherpe daling van het aantal faillissementen uitgesproken op de Brusselse handelsrechtbanken als gevolg van een aantal in dat jaar gerichte acties vanwege die rechtbanken (zie verder).
  • Het doorsijpelen van de beperkte economische revival op internationaal niveau in onze export- en importgevoelige sectoren.
  • Een minder verwacht effect van de aanpassing van de WCO-wetgeving doorgevoerd in augustus 2013 waarbij het uitzuiverend effect vanuit de handelsrechtbanken gevoelig verminderde.
  •  

MEER ‘GEVESTIGDE’ BEDRIJVEN GAAN FAILLIET

In 2014 gingen, in vergelijking met voorgaande jaren, verhoudingsgewijs heel wat meer grotere en oudere  bedrijven, zeg maar gevestigde waarden,  failliet. Zo bijvoorbeeld was 18,79% van de failliete bedrijven ouder dan 20 jaar: een nooit eerder gezien cijfer. Binnen het Vlaamse gewest liep dit zelfs op naar 22,3%.

Een ander cijfer dat dit illustreert: het afgelopen jaar gingen maar liefst 22 bedrijven over de kop die minstens 100 werknemers tewerk stelden (waarvan de belangrijkste Retrein (Mexx) op 30 december jongstleden). In 2013 waren er dat 12, in 2012 15.

VOORZICHTIGE AANSLUITING BIJ ECONOMISCHE REVIVAL

Diepere analyse leert ons dat 2014 een duidelijk overgangsjaar was: de faillissementen van oudere en ‘gevestigde’ bedrijven zijn een duidelijk gevolg van de crisis waar net die bedrijven, die zich vaak kenmerkten door een tanende innovatiekracht, lang konden blijven teren op reserves. Anderzijds tonen bijvoorbeeld een duidelijke vermindering van het aantal faillissementen binnen de transportwereld, alsook een gevoelige daling van het aantal jobs die binnen die sector aangetast werden, aan dat onze economie voorzichtig aansluiting vindt bij de even voorzichtige internationale economische revival die het afgelopen jaar ook ons land binnen sijpelde. Net zoals de daling van het aantal faillissementen binnen de kleinhandel doet vermoeden dat de consument iets minder zuinig is geworden.

ONVERWACHT ZIJEFFECT: GEVOLGEN VAN NIEUWE WCO-WETGEVING

We dienen echter ook rekening te houden met een zijeffect als gevolg van de aanpassing van de WCO-wetgeving van september 2013. De maanden erop gingen er in vergelijking met de periode voordien gevoelig minder bedrijven in WCO.  Dit resulteerde in een daling van het aantal faillissementen die kort na de WCO-aanvraag werden uitgesproken.

Een minder verwacht effect van die aanpassing blijkt dus dat een deel van de bedrijven met zware moeilijkheden, net door die aanpassing, onder de radar van de rechtbanken is verdwenen: het uitzuiverend effect is verminderd.

BELANGRIJKE REGIONALE VERSCHILLEN

De daling van het aantal faillissementen zet zich in de drie regio’s door, zij het met belangrijke verschillen.

Binnen het Brusselse gewest daalt het aantal faillissementen met -16,8% of met 447 eenheden. Anders gesteld: Brussel is verantwoordelijk voor bijna 44% van de totale daling. Geen onbelangrijke vaststelling. In 2013 kenmerkten de Brusselse handelsrechtbanken zich door een sterk verhoogde activiteit inzake handelsonderzoek en in het bijzonder het opdoeken van een hele reeks horeca- en kleine nutsbedrijven (in het bijzonder kleinhandels die zich oriënteerden in de telefonie) met minder ‘frisse’ kenmerken.

In 2013 noteerden we trouwens onder meer op de handelsrechtbank van Turnhout een vergelijkbare activiteit, zij het gericht op andere sectoren. Nu deze grote kuis achter de rug is zijn de gevolgen ook voelbaar: in 2014 gingen er in Brussel bijvoorbeeld 20,8% (of -94) minder horecazaken failliet terwijl in de regio’s Vlaanderen (-72) en Wallonië (-38) de daling binnen de horeca respectievelijk slechts -6,7% en -5,7% bedroeg .

JOBVERLIES IN BRUSSEL EN WALLONIË STIJGT

Op federaal niveau kwamen er minder jobs op de tocht (-6,4% of een daling van 27.172 jobs naar 26.172) als direct gevolg van het faillissement van de werkgever. Toch blijkt dit bij verdere analyse een uitsluitend Vlaams fenomeen (-15,81% of een daling van 13.849 jobs in 2013 naar 11.668 jobs in 2014). In zowel Brussel (+5,2%) als Wallonië (+0,5%) noteerden we, ondanks de in Brussel scherpe faillissementsdaling een verdere stijging van het aantal verloren jobs. Opnieuw valt in Brussel de verschuiving op van vele kleine faillissementen naar een minder aantal maar jobgevoeligere bedrijven.  Zo gingen er in Brussel minder, zij het belangrijkere, restaurants failliet. Hetzelfde geldt trouwens voor kleinhandel.

CONCLUSIE: ALERTHEID BLIJFT DE BOODSCHAP

De daling van de faillissementen lijkt een goede zaak maar houdt tegelijk een waarschuwing in. Analyse van de meer gedetailleerde cijfers gecombineerd met waarnemingen op het terrein tonen aan dat de daling minder het gevolg is van een economische revival, maar wel en vooral het gevolg van maatregelen die, al dan niet gewild, het zuiverende effect van de handelsrechtbanken heeft getemperd. 

Het verhoogde aantal faillissementen van oudere ondernemingen binnen de Vlaamse regio verdient bijzondere aandacht. Verder onderzoek moet aantonen of binnen deze regio een belangrijk aantal vroeger succesvolle bedrijven die kinderen waren van de DIRV-tijd (Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen) erin slagen blijvend innoverend te zijn of ter zake een nieuwe stimulans kunnen gebruiken.

Uiteraard is er een lichtpunt: de eerste effecten van het iets betere internationale economische klimaat geeft positieve effecten, vooral binnen de meer internationaal gerichte regio Vlaanderen.  Het blijft echter zeer de vraag in welke mate, in het licht van de aller recentste economisch-politieke internationale evoluties ter zake, deze revival zich ook zal verderzetten en – zoals steeds eerder bleek – ook over de andere sectoren en landsgedeeltes zal uitbreiden.

Bron: www.graydon.be